Installatiehandleiding APsystems DS3 micro-omvormer
De APsystems DS3 micro-omvormers zijn micro-omvormers voor een 1-fase aansluiting. In deze installatiehandleiding wordt uitgelegd hoe je de APsystems DS3 micro-omvormers installeert.
Maak een legplan en plaats de micro-omvormers
Het is aan te raden om vóór de installatie een legplan te maken. In dit plan geef je globaal weer waar de zonnepanelen en de micro-omvormers worden geplaatst. Neem dit legplan mee het dak op tijdens de montage.
Noteer de serienummers van de micro-omvormers op het legplan. Op elke omvormer zit hiervoor een speciaal label dat je eenvoudig kunt loshalen en op het legplan kunt plakken. Deze serienummers zijn later nodig om de software-installatie correct af te ronden.
De onderstaande afbeelding laat een voorbeeld zien van een legplan.

Je bevestigt de micro-omvormers met een zelftappende schroef aan een montagerail of in de ballastbak van het montagesysteem voor een plat dak. Deze zelftappers worden door helionenergie meegeleverd bij zowel de zonnepanelen sets als de APsystems micro-omvormer sets.
Vervolgens sluit je de buskabel aan op de micro-omvormers. Verwijder eerst de beschermkapjes van de connectoren op de buskabel en klik de stekkers daarna één voor één vast in de micro-omvormers.
In de meeste gevallen kun je de omvormer zo positioneren dat één zonnepaneel direct aangesloten kan worden. De kabels van het tweede zonnepaneel dat je wilt aansluiten, blijken dan vaak te kort. Daarom levert helionenergie bij de zonnepanelensets, en de APsystems micro-omvormer sets standaard de materialen mee voor één set solarkabels per micro-omvormer.
APsystems DS3 micro-omvormers aansluiten op 3 fasen
De 1-fase DS3 micro-omvormers kunnen ook worden toegepast in een 3-fasen opstelling. Wil je meer weten over het verschil tussen een 1-fase en een 3-fasen systeem? Lees dan het uitgebreide artikel Omvormer kiezen: 1-fase of 3-fase omvormer?
Verdeel de micro-omvormers zo gelijk mogelijk over de drie fasen. Dit gaat het eenvoudigst wanneer het totale aantal micro-omvormers een veelvoud van drie is. Is dat niet het geval, probeer dan een extra omvormer toe te wijzen aan de fase of fasen waarop de meeste verbruikers zijn aangesloten.
Voor elke fase maak je een aparte groep micro-omvormers, die je onderling doorverbindt met een buskabel, op dezelfde manier als bij een 1-fase systeem. Uiteindelijk heb je drie groepen micro-omvormers en dus drie buskabels.
Leid de buskabels van de verschillende fasen naar één lasdoos. Ook de 3-fasen YMVK-kabel die richting de meterkast gaat, voer je naar deze lasdoos. Verbind alle nuldraadverbindingen met een lasklem. De aarddraden kunnen eveneens gezamenlijk met een lasklem worden verbonden. Daarna sluit je de micro-omvormers aan.
Een voorbeeld van hoe de micro-omvormers aangesloten kunnen worden, is weergegeven in de onderstaande afbeelding.

In dit oost-west systeem is elke micro-omvormer gekoppeld aan één zonnepaneel op het oosten en één zonnepaneel op het westen. Op deze manier produceren de drie micro-omvormers allemaal een gelijke hoeveelheid energie.
AC-buskabel afsluiten en aansluiten
Je sluit de buskabel af met de bijbehorende afsluitdop. De andere kant van de buskabel verbind je met de YMVK-kabel die naar de meterkast loopt. De sets die door helionenergie worden geleverd, zijn standaard uitgerust met een AC-connectorset. Aan de metalen delen van de connector kun je herkennen of het om een male- of female-connector gaat.
De female connector sluit je aan op de YMVK-kabel, omdat hier spanning op kan staan en deze niet aanraakbaar mag zijn. De male AC-connector wordt vervolgens aangesloten op de buskabel. De buskabel staat zelf niet onder spanning wanneer deze niet is verbonden, omdat de micro-omvormers uitschakelen zodra er geen netspanning aanwezig is. De pinnen van de male AC-connector zijn daardoor normaal gesproken spanningsvrij. Houd er wel rekening mee dat er nog kortstondig een restspanning aanwezig kan zijn als de connector net van het net is losgekoppeld. Blijf daarom altijd voorzichtig werken.
Het aansluiten van micro-omvormers op de meterkast gebeurt op dezelfde manier als bij een stringomvormer. Hiervoor is een uitgebreid artikel beschikbaar: Veilig een omvormer aansluiten op de meterkast.
Zorg ervoor dat alle kabels netjes worden vastgebonden, zodat ze niet in plassen water kunnen blijven liggen. Hang de connectors droog op achter een zonnepaneel. Schakel daarna de netspanning in; de omvormers zullen dan opstarten.
Wanneer alles correct is geïnstalleerd, knippert het ledlampje op de omvormer, naast de MC4-connectoren, elke twee seconden groen.

De status LED kan in de volgende patronen knipperen:
- Groen, 2s interval: De omvormer produceert energie, maar communiceert niet met de ECU
- Groen, 5s interval: De omvormer produceert energie, en communiceert met de ECU
- Rood, 2s interval: De omvormer produceert geen energie, en communiceert niet met de ECU
- Rood, 5s interval: De omvormer produceert geen energie, maar communiceert wel met de ECU
APsystems DS3 micro-omvormer handleiding: omvormers registreren bij de ECU
Wanneer de micro-omvormers zijn gemonteerd en de LED-lampjes iedere 2 seconden groen knipperen, kunnen ze worden aangemeld bij de ECU. Dit vormt het laatste onderdeel van deze APsystems DS3 micro-omvormer handleiding. De ECU communiceert draadloos met de micro-omvormers via Zigbee, waardoor het belangrijk is dat de ECU op voldoende korte afstand van de omvormers wordt geplaatst.
Het koppelen van de micro-omvormers aan de ECU gebeurt met behulp van de APsystems “EMA app”, die je op je smartphone installeert.
Zet de ECU in access point-modus door op de AP-knop aan de zijkant van het apparaat te drukken. In de wifi-lijst van je telefoon verschijnt vervolgens een netwerk met de naam ECU_XXXXX. Maak verbinding met dit wifi-netwerk. Je telefoon is nu via wifi verbonden met de ECU en heeft op dat moment geen internettoegang.
Lukt het niet om verbinding te maken met de ECU, probeer dan om de mobiele dataverbinding van je telefoon tijdelijk uit te schakelen.
Druk nu op “Local access” en volg de volgende stappen.
- Initialize ECU
- Klik “Add” om omvormers toe te voegen
- Scan de omvormer streepjescodes
- Klik op “Binding” om de omvormers te koppelen aan de ECU


Zodra de micro-omvormers aan de ECU zijn gekoppeld, horen de LED-lampjes op de omvormers groen te knipperen met een interval van 5 seconden. Op dit moment kan de leverancier van de omvormers een account voor je laten aanmaken.
Stuur hiervoor de serienummers van zowel de ECU als de micro-omvormers, samen met het legplan, door. Nadat het account is aangemaakt ontvang je automatisch een bericht met de inloggegevens. Met deze gegevens kun je vervolgens inloggen in de EMA-app en de opbrengst van je omvormers monitoren.
APsystems documentatie
Download hier de documentatie van APsystems